Inloggen

Ongeldige gebruikersnaam of wachtwoord.
1 afzet rechte eind

1.1 stappen tussen de pionnen

Begin met de goede basishouding: goed kniehoeken, knieën boven je tenen (van voren gezien) en heupen en schouders vlak. Neem tijdens het zetten van de stap je gewicht mee boven het been waar je op landt. Ga tussendoor elke keer terug naar je basishouding.

1.2 overstappen met sturen

Let weer op waar je je gewicht heb. Houd je gewicht lang boven het been wat je onderdoor strekt. Houd je hele skeeler op de grond en neem hem mooi mee. Laat hem niet naar achter weglopen. Pas aan het eind van deze afzet, verplaats je het gewicht boven het andere been (het been wat voorlangs is gekruist).

1.3 shuffelen

Belangrijk is dat je afzet dichtbij je lichaam begint. Sluit daarom je voeten elke keer tussen de afzet door. Ook hier weer is het belangrijk dat je je gewicht boven het afzetbeen hebt en dat je tijdens de afzet je gewicht verplaatst naar het andere been. Zet af met de hele skeeler en laat je afzet niet teveel naar achteren lopen.

1.4 shuffelen met underpush

Belangrijk is dat je afzet dichtbij je lichaam begint. Sluit daarom je voeten elke keer tussen de afzet door. Ook hier weer is het belangrijk dat je je gewicht boven het afzetbeen hebt en dat je tijdens de afzet je gewicht verplaatst naar het andere been. Zet af met de hele skeeler en laat je afzet niet teveel naar achteren lopen.

1.5

Ook hier gaat het weer om de positie van het zwaartepunt van je bovenlichaam. Sta recht op je skeelers. Van voren gezien: je moet een lijn kunnen trekken die door je teen, je knie en door het midden van je bovenlichaam gaat. Zorg ervoor dat alles in die lijn zit. Als dit lukt, kun je het been waarop geen gewicht meer staat optillen. Let erop dat je de juiste positie vasthoudt en dat je niet je heupen en schouders gaat draaien wanneer je dat been optilt. Houd je heupen en schouders vlak.

1.6 eenbenige slalom

Deze oefening helpt je richting de double push. Let weer op waar je het zwaartepunt van je bovenlichaam houdt. Heupen en schouders vlak. Knie boven je teen en neus boven je knie. Je kan je achterste been gebruiken voor extra steun. Kijk of je wat snelheid kan opbouwen uit de beweging.

1.7 eenbenige reuzenslalom

Als je goed in balans bent, kan je proberen je gewicht te verplaatsen van het ene op het andere been. Door een klein sprongetje te maken, verplicht je jezelf om direct de juiste houding weer aan te nemen. Weer knie boven je teen en neus boven je knie (van voren gezien). Heupen en schouders weer vlak

1.8 zijwaartse sprong

Als je goed in balans bent, kan je proberen je gewicht te verplaatsen van het ene op het andere been. Door een klein sprongetje te maken, verplicht je jezelf om direct de juiste houding weer aan te nemen. Weer knie boven je teen en neus boven je knie (van voren gezien). Heupen en schouders weer vlak
2 bocht

2.1 bocht

[...]

2.2 bocht

[...]

2.3 bocht

[...]

2.4 bocht

[...]

2.5 bocht

[...]

2.6 bocht

[...]

2.7 bocht

[...]

2.8 bocht

[...]

2.9 bocht

[...]

2.10 bocht

[...]

2.11 bocht

[...]

2.12 bocht

[...]

2.13 bocht

[...]
3 parcours

3.1 parcours

3.2 parcours

3.3 parcours

3.4 parcours

4 spagaat

4 spagaat

Spectaculaire en technisch lastig uit te voeren manier om te finishen bij het inlineskaten. De rijder duwt zich op één been naar voren, waardoor hij met zijn achterste been enkel op het voorste wiel steunt en met zijn voorste been enkel op het achterste wiel.

4.1 one leg hold knee

Zet je achterste voet op het voorste wiel. Strek dit been uit naat recht achter je lichaam. Buig met je bovenlichaam naar voren, houdt hierbij je neus, knie en enkel in een lijn. Je gewicht zit op je voorste been. Steun eventueel op je voorste knie met je armen en rol zo naar de overkant.

4.2 one leg hold ankle

Een variatie daarop is wanneer je niet op je knie leunt, maar met je handen je skeelerschoen vastpakt. Houd je bovenlichaam nog steeds boven je knie en je knie boven je tenen.

4.3 one leg straight

Het volgende stapje richting de spagaat. Breng je bovenlichaam omhoog, waardoor je gewicht ook wat meer op je achterste been komt.

4.4 one leg hands up

Je armen geven je stabiliteit tijdens de spagaat.

4.5 one leg push

Probeer vanuit de vorige houding het voorste been wat naar voren te duwen. Let op dat je stabiel blijft door je lichaam goed boven je benen te houden (van voren gezien). Houdt je bovenlichaam omhoog, zodat je heup naar voren blijft.

4.6

[...]

4.7 complete spagaat

De complete spagaat. Denk aan de vorige stappen. Achterse been op het voorste wiel. Bovenlichaam naar achteren (omhoog) brengen. Bovenlichaam goed boven je benen houden (van voren gezien). Armen gebruiken voor stabiliteit. Strek je voorste voet uit met juiste timing voor de finish.

4.8 complete spagaat flat foot

Variant van de spagaat waarbij de voorste voet alleen op het achterste been rolt. Let op dat het eerste wieltje wat in contact is met de grond pas telt bij de finish.

4.9 spagaat met steun

De vorige oefeningen kan je ook samen met iemand anders doen. De ander rolt mee kan je als steuntje gebruiken.